Foto: Vincent Bos

Stof

  Column

Om op ooghoogte te kunnen praten met de wandelaar ga ik op de hurken zitten. Je kunt het ook uitleggen dat ik voor deze vrouw door de knieën ga. Had ik beter niet kunnen doen. Maar dat weet ik dan nog niet. We zitten in een gebouw waar veel gewerkt wordt. En waar het aan stof niet ontbreekt. Dat merk ik later pas. Als ik naar buiten loop hoor ik een vrouw zeggen dat ze smerige kleding heeft. Ze slaat de stof van haar broek. 'Doe niet zo overdreven', denk ik nog. Maar als ik in de auto zit, kom ik daarop terug. De knie die kort daarvoor de grond heeft geraakt, zit helemaal onder. Het is echt een bezoek geweest dat veel stof doet opwaaien.

Nou kom ik wel vaker thuis met kleding die een andere kleur heeft dan toen ik vertrok. Jaren geleden mocht in een verhaal maken van snoeiwerkzaamheden in een bosperceel. Het had geregend. Het was modderig. Erg modderig. Dat de schoenen eens wit waren geweest, was naderhand niet te zien. Bruine vlekken op de broek, groene vlekken van takken op een hippe jas.

Vies van bergwandeling

Met vuile kleding kwam ik op de redactie. In een grappige bui floepte het er ineens uit dat ik het pak wasmiddel misschien kon declareren. De grap werd niet begrepen. En je moet oppassen lollig te zijn, want voor je het weet help je je carrière om zeep. Ik ben snel naar huis gegaan om schone kleding aan te trekken. Boos was ik wel een beetje dat ik vanwege een klus er zo smerig uitzag. Maar ja, ik ben een te vrolijk mens om met modder te gaan gooien. Dus maakte ik me er met een kwinkslag van af en ging aan het werk.

In Oostenrijk overkwam me op vakantie hetzelfde. Na een bergwandeling begon het ineens te onweren. Daar heb ik het niet zo op. Ik groette mijn vrienden en liet me naar beneden glijden. Was ik tenminste als eerste beneden. Het crèmekleurige trainingspak was in het hotel onherkenbaar. Ik mijn gedachten hoorde ik het al donderen. Ik zag er smerig uit. Bar smerig. En prompt had ik schoon genoeg van nog een bergwandeling.

Meer berichten