Foto: Ellen Koelewijn

'Aan boord moest je best hard werken'

Als de boot aan de kade lag, moest ze twee uur fietsen om bij een winkel te komen. En eenmaal aan boord was het hard werken. Het is een tijd waar Marga Burgers uit Gendt niet naar terug verlangt, vertelt ze tijdens de tentoonstelling van Schippersvereniging Sterreschans in Doornenburg.

door Vincent Bos

DOORNENBURG – Dan was het beter toeven op de kostschool. Daar had ze vriendinnen om mee te spelen. Die ontbraken als Marga Burgers aan boord was. Haar ouders kwamen met de boot in heel Nederland, van Friesland tot in Zuid-Limburg, zegt ze voor de vitrine met bijzondere spullen.

Ze wijst op een stoommachine die op schaal is nagemaakt. Haar vader was daar zeer bedreven in. Hij heeft een stoomboot op schaal nagemaakt, helemaal met de hand. En ze wijst op een oud kasboek van de familie uit de periode 1885-1921. Het geeft aan dat er op de tentoonstelling van de schippersvereniging in het Ontmoetingscentrum in Doornenburg veel te zien is.

Hard werken aan boord was ze van kindsbeen af gewend. "Dan moesten we bij slecht weer met zware luiken sjouwen. Dat was voor ons heel normaal. Mijn moeder moest net zo hard werken. Daarom wist ik als tiener al dat ik geen schippersvrouw wilde worden. Al waren er ook fijne momenten. Als we in het weekeinde aan de kade lagen, gingen we weg. Of naar de kermis als die er was", zegt Marga Burgers.

De Schippersvereniging Sterreschans organiseerde vorig jaar ook al een tentoonstelling. Maar er was nog genoeg interessant materiaal voorhanden om het publiek nog eens te boeien. Al is de expositieruimte wat kleiner dan vorig jaar.

Wie door de gang loopt, passeert allerlei vlaggen. Op de eerste is Sint Nicolaas afgebeeld. Het is de naam van de schippersvereniging uit Millingen. Een club die net als Sterreschans nog twee varende leden heeft. De Betuwse schippersvereniging heeft in totaal 37 leden, zegt Jaap Stienstra. Dat waren er elf jaar geleden wel meer maar door natuurlijk verloop is het aantal wat gedaald.

Hij hoopt op aanwas en wordt daarin niet teleurgesteld. Een van de bezoekers heeft er wel oren naar om lid te worden. "We hebben zes keer per jaar een bijeenkomst en twee keer per jaar gaan we een dag weg", geeft Jaap Stienstra aan dat de schippersvereniging bepaald niet stil zit.

Hij heeft jarenlang gevaren. Dat geldt niet voor secretaris Peter van Megen die wel een schipperszoon is. "Mijn broer vaart wel. Het bijzondere is dat we samen op het internaat zaten. Hij had daar een hekel aan, ik niet. Hij heeft ook een zoon met schippersbloed."

Peter van Megen vertelt dat de kinderen elk weekeinde aan boord kwamen. "Mijn ouders pasten de vaarroute aan al voer mijn vader veel liever naar Zuid-Duitsland. Maar er waren ook kinderen op het internaat die alleen in de vakanties aan boord gingen."

Dat maakt de tentoonstelling zo boeiend. Mensen komen bijeen om hun liefde voor het schippersvak te delen. En om uitgebreid rond te kijken. Want er is opnieuw genoeg te zien.

Meer berichten